vrijdag 8 februari 2013

Zuid-Afrika Deel 1 bis

Ik zit ondertussen al in Mossel Bay, op een terras met panoramisch zicht  op de baai, met een fles gekoelde chenin blanc.
Ik wou nog gewoon effe melden dat van de wijnen die ik in Port Elizabeth heb geprobeerd, die van Darling  Cellars Reserve er bovenuit  staken, wat betreft prijs/kwaliteit, vooral de chardonnay maar ook de syrah.



Ik moest wel effe gaan googelen om te weten waar Darling in Zuid-Afrika ligt. Bij Darling zit ik al eerder in Australië . Enfin het ligt dus op de westkust van de Western Cape op zo'n 75 km van  Kaapstad. Misschien passeer ik er volgende week wel.

donderdag 7 februari 2013

Zuid-Afrika deel 1: Port Elizabeth

Ik ben drie weken op verlof in Zuid-Afrika. De eerste drie dagen in Port Elizabeth zitten er bijna op. Alles op het gemak. Zoals de mensen hier. Wat gaan shoppen, zwemmen, wilde beestjes gaan spotten in Addo Elephant Park. En natuurlijk de lokale eet en drink gewoonten gaan verkennen. Voor een wijnliefhebber is het hier een paradijs op aarde. De duurste wijnen op de kaart kosten zo'n 100 a 140 ZAR , dat is zo'n 10 a 14 €!! En goede wijnen. Is dat nu omdat ik op verlof ben of wat. Maar de Zuid-Afrikaanse wijnen die ik hier al heb gedronken vind ik zeer goed tot uitstekend, en eigenlijk veel beter dan die we in Belgie hebben. En aan zo'n prijzen. Ik zal het nog eens zeggen, een waar paradijs op aarde voor wie van een goed glas wijn houd. Ik  kijk al uit naar de Kaap... Het enige waar ik wat moeite mee heb hier is met de auto rijden. Ze rijden hier links. En dat is op zich niet zo erg was het niet dat alles in de auto ook aan de andere kant staat. Met de linkse hand schakelen. Pinkers staan rechts. In het begin als ik wou pinken had ik steeds de ruitenwissers in plaats van de pinker. Enfin na drie dagen begint het al beter te gaan. Ik zal wel moeten opletten wanneer ik in België terug in de auto stap. Maar eerst hier nog een paar weken van de wijnen genieten. Het is hier trouwens nog ideaal weer ook. Zonnig, 25 a 30 graden. Ik zou het hier wel kunnen gewoon worden.

maandag 31 december 2012

28/12/2012 Stad Kortrijk in Oostende

Tijdens de wintermaanden gaan Rientje en ik nog wel eens graag voor een paar dagen naar de kust, naar Oostende. Wat wandelen in de stad en op de dijk, en eens op restaurant wat gaan genieten.
We gaan dan gewoonlijk ook eens lunchen in "Stad Kortrijk", een eetgelegenheid (ik kies mijn woorden) in de langestraat vlak aan de dijk.
Alles is er recht toe recht aan. Je kan er kiezen uit een tweetal voorgerechten (tomaat garnaal of sla garnaal) en een viertal hoofdgerechten (zeetong, pladijs, mosselen of steak geserveerd met handgesneden frieten en zelf gemaakte mayonaise). De wijnkaart is er ook beperkt tot eenvoudige witte of rode bordeaux. Niet duur maar korrekt en passend bij de gerechten.
Nagerecht of koffie staat er niet op de kaart.



Persoonlijk neem ik er steeds de zeetong gebakken in boter. Je krijgt er steeds een verse  mooie en grote zeetong met lekkere frietjes. En daarenboven is het er helemaal niet duur. Ook de wijn niet.
Dat is toch ook wel een verademing. Je waant je zowaar een paar jaar terug in de tijd...



De man in het zwart in de keuken (René) is zeker geen gereputeerde kok, maar de gerechten die hij serveert zijn eenvoudig, goed en met verse produkten gemaakt. De bediening is er wel minimaal, en blijkbaar kan je er soms nogal "kortaf" behandeld worden, als ik de vele verhalen die je op het Internet kan vinden moet geloven. Zelf heb ik er nog nooit iets van gemerkt.

Ik weet dan ook niet of ik "Stad Kortrijk" moet aanbevelen, maar ik ben er al dikwijls geweest en ben er tot nog toe steeds voldaan en tevreden buiten gestapt. Mischien toch eens uitproberen. Het is in ieder geval uniek. Ik ken geen enkele andere eetgelegenheid die er op gelijkt.

Prettige feestdagen,
en een voorspoedig 2013!

zondag 18 november 2012

Graves De Vayres

Vrij onbekend en daarom waarschijnlijk ook onbemind. Maar volkomen onterecht! De witte en rode wijnen AOP Graves De Vayres uit Bordeaux zijn uitstekend, en helemaal niet duur!

Graves verwijst hier naar de ondergrond. Die bestaat in deze appellatie ook uit klei zand en keien,  maar heeft verder niets te maken met de meer bekende AOP "Graves".

Ik heb de Graves De Vayres wijnen eigenlijk toevallig ontdekt toen ik in het dorpje Saint Pardon naar "le mascaret" ging kijken.
 
Dit is een fenomeen waarbij de zee bij vloed een golf stroomopwaarts de Dordogne instuwt. Op deze golf kan men een aantal kilometer surfen en kajakken.
 
Dit is een spektakel dat nogal wat kijklustige toeschouwers lokt. En na het spektakel iets gaan eten en drinken op een terras met zicht op de Dordogne. Wat moet een mens nog meer hebben om te genieten op vakantie?

Het is op zo'n terras dat de kwaliteit van de wijn uit de streek ((het was wijn van Château du Petit Puch). mij is opgevallen. De witte was goed en de rode bleek nog beter te zijn Deze zomer ben ik dan ook naar het "maison du vin" op de Place du Général de Gaulle in Vayres getrokken om eens wat nader kennis te maken met deze wijnen.
 




De appellatie is klein en telt maar een 40-tal châteaus. Ze ligt op de linkeroever van de Dordogne. Aan de andere zijde van de Dordogne liggen Fronsac en Canon Fronsac. De wijnen worden gemaakt van de typische Bordeaux variëteiten (Sauvignon Blanc en Semillon voor wit, Merlot, Cabernert Franc en Cabernet Sauvignon voor rood) in blends die nogal kunnen verschillen van château tot château. Indien je meer wil weten ga dan maar eens kijken op www.gravesdevayres.fr.



Ik heb in het "maison du vin" het nodige studiemateriaal aan witte en rode wijnen aangekocht en meegebracht naar België. En daarvan hebben we verleden donderdag in de wijnclub WZN  9 flesjes (3 witte en 6 rode) gedegusteerd. De duurste fles (AOC Graves De Vayres, Chateau La Chapelle Bellevue Rouge 2001) koste 10 EUR en kreeg in de club een score van 92,3/100. De conclusie van de proefavond was dan ook: "goede wijn hoeft helemaal niet duur te zijn". Je moet ze echter wel weten te vinden. En ik vermoed dat "Graves de Vayres" in België niet veel wordt ingevoerd. Maar moest je in de buurt ooit op vakantie zijn, dan weet je alvast waar naartoe.

zondag 28 oktober 2012

Proeven Deel 3 - Aroma

De waarnemingen via de mond bij het proeven van gerechten en dranken kan men in drie groepen onderverdelen: mondgevoel, smaak, en aroma. In dit derde deel ga ik wat dieper in op aroma, en meer bepaald op mondaroma's.

Mondaroma's worden evenals geuren  waargenomen door receptorcellen in het reukepitheel. Het reukepitheel is ongeveer 5 cm2 groot, gelegen in het dak van de neusholte juist onder de hersenen, en bedekt door slijmvlies (mucosa), waarin vluchtige geurstoffen blijven plakken en gemakkelijk oplossen. Eenmaal opgelost, prikkelen deze stoffen de reukhaartjes van de receptorcellen, waardoor een signaal ontstaat dat via de reukkolf (bulbus olfactorius) naar de hersenen wordt geleid. Bij geuren wordt het reukepitheel geprikkeld door vluchtige stoffen die via de neus binnenkomen. Bij mondaroma's  gaat het om vluchtige stoffen die vanuit de mondholte retronasaal via de keelholte in de neus tot aan het reukepitheel geraken.

 
Men schat dat er zo’n 300 à 1000 verschillende types receptorcellen in het reukepitheel zijn, en dat elk type gevoelig is voor1 à 5 verschillende geurstoffen. Een bepaalde geurstof zal zo een aantal verschillende types receptorcellen stimuleren, waardoor er patronen ontstaan en hiermee overeenstemmende specifieke signalen die in de hersenen als een bepaalde geur of aroma worden waargenomen. Op basis van deze veronderstellingen is het aantal verschillende geuren of aroma's  dat kan worden waargenomen enorm groot, eigenlijk quasi onbeperkt...

Merk ook op dat er een groot verschil is tussen ruiken via de neus en het retronasaal waarnemen van mondaroma's. Bij het ruiken worden duidelijk individuele geuren waargenomen, weliswaar in combinaties, maar toch nog duidelijk onderscheidbaar. Bij mondaroma's wordt er een boeket waargenomen waarin individuele geuren in elkaar vloeien en een geheel gaan vormen. Een belangrijke oorzaak hiervan is het feit dat gerechten en dranken in de mond opwarmen, waardoor er geforceerd meer vluchtige stoffen samen en beter gemengd vrijkomen, en tegelijk retronasaal het reukepitheel bereiken.

Onze hersenen voegen deze retronasale prikkels samen met de smaak en mondgevoel waarnemingen in de mond, zodat het lijkt alsof de waarneming van mondaroma's ook in de mond gebeurt. Wijnproevers weten dat dit niet zo is. Daarom zuigen zij tijdens het rondwalsen van de wijn in de mond ook lucht aan (met het nodige geslurp) en ademen deze via de neus weer uit, zodat de mondaroma's maximaal retronasaal worden waargenomen.

Dat mondaroma's een zeer belangrijk aandeel hebben in de waarnemingen via de mond bij het proeven heeft iedereen al wel ondervonden als de neus verstopt is bij een verkoudheid. Dan vallen de mondaroma's weg en blijven enkel smaak en mondgevoel. Alles wat wordt geproefd lijkt op zo'n momenten  vlak en weinig aangenaam. Van genieten is er dan nog weinig sprake. Men plakt hier soms percentages op, waarbij wordt gesteld dat mondaroma's voor meer dan 80% bepalend zijn voor de kwaliteit van de waarnemingen via de mond bij het proeven.

Wat echter zeker zo belangrijk is bij het proeven is de combinatie van smaak , mondgevoel en mondaroma's waarbij onze hersenen zeer gevoelig zijn voor bepaalde combinaties, en veel minder gevoelig zijn voor andere combinaties. De gevoeligheid voor bepaalde combinaties is zonder twijfel voor een groot deel genetisch bepaald. Bijvoorbeeld fruitaroma's in combinatie met voldoende moelleux (zoet) en vooral veel fraicheur (zuur) , waarbij alle stroefheid in het mondgevoel ontbreekt worden door iedereen van jongs af aan geapprecieerd, waarbij er een duidelijke associatie is met rijp fruit. De gevoeligheid van de hersenen voor bepaalde combinaties kan echter ook aangeleerd worden. Bijvoorbeeld het leren appreciëren van bitter in combinatie met bepaalde eerder zwaardere mondaroma's is duidelijk niet aangeboren. Veel mensen leren pas op latere leeftijd rode wijn, koffie, thee, gestoofd witlof, wild, sigaren, cognac, whisky,  enz. appreciëren.

Het analytisch benaderen van proeven door apart te kijken naar smaak, mondgevoel en mondaroma's is zeker interessant en leerrijk. Maar het zal ondertussen al wel duidelijk zijn dat het de combinatie van al deze aspecten samen is die uiteindelijk bepalend is. Bepaalde combinaties vinden we lekker en andere niet., Sommige combinaties kunnen een mens echt doen genieten, en zelfs in vervoering brengen. De zintuigen spelen hierbij een belangrijke rol, maar uiteindelijk zijn het de hersenen die al die signalen van de zintuigen verwerken en die bepalen of we iets goed vinden of niet, die bepalen of er een zekere harmonie in de combinatie van smaak, mondgevoel en mondaroma's zit die ons aanspreekt of niet.

Ieder mens moet noodzakelijkerwijs voor zichzelf uitmaken wat goed is en wat niet. Mensen die er in slagen hun kijk op wat goed is en wat niet, aan een groot publiek te verkopen worden rijk en beroemd. Denk maar aan Parker en wijn. Is uw eigen kijk op wat goed is en wat niet daarom minderwaardig indien die afwijkt? Natuurlijk niet. Je zal er alleen niet rijk en beroemd mee worden. Maar dat mag niet verhinderen dat je geniet van wat jij goed vind.
 
28/10/2012

maandag 9 juli 2012

Zondag 8 Juli 2012. Regen. Wat voor een zomer hebben we dit jaar eigenlijk? Om 16u00 hebben we een BBQ met vrienden. Gelukkig stopt het met regenen juist na de middag. De tuinmeubelen geraken nog op tijd droog, zodat we het aperitief buiten kunnen serveren.
Om de stemming er toch snel in te krijgen ondanks het mindere weer is er niets zo goed als een zonnige cocktail. Een eenvoudige, fruitige en verfrissende maar met net genoeg alcohol om de stemming er in te krijgen. Het wordt een Cointreaupolitan.

5 cl Cointreau, 3cl veenbessensap (cranberry juice), 2cl citroensap en shaken met ijsblokjes.
Eerst de citroentjes persen.



Een maatbekertje, shaker en cointreau heb je ook nodig.


En cranberry juice. Kan je gewoon in een petfles in de supermarkt kopen.


En de cocktailglazen niet vergeten.


Ik maak ze per twee. Dus 10 cl Cointreau, 6cl veenbessensap, en 4cl citroensap . En ziedaar:


Voor de looks nog een schijfje limoen op het glas aangebracht. Die lag daar. Gewoon inspiratie van het moment. Lekker zuur...


Een zeer eenvoudige cocktail. Verleden zomer in Angers opgepikt toen we Cointreau hebben bezocht. Al een paar maal geprobeerd en succes gegarandeerd!


Werkt bij slecht weer. En nog beter als de zon schijnt :-) Nog een prettige zomer.

vrijdag 18 mei 2012

Proeven Deel 2 - Smaak


De waarnemingen via de mond bij het proeven van gerechten en dranken kan men in drie groepen onderverdelen: mondgevoel, smaak, en aroma. In dit tweede deel ga ik wat dieper in op smaak.

Smaak wordt waargenomen door receptorcellen op de tong en achteraan in de mondholte.
Die receptorcellen zitten in zogenaamde smaakknoppen. Dit zijn kleine bolvormige holtes die via een smaakporie in verbinding staan met de mond- en keelholte. Op de tong zitten de smaakknoppen in smaakpapillen Er zijn echter ook smaakknoppen aanwezig achteraan in de mondholte rechtstreeks op het gehemelte. Er zijn daar geen smaakpapillen.


Elke smaakknop bevat zo’n 50 à 150 receptorcellen. Stoffen die oplossen in het speeksel of vloeistoffen gemengd met speeksel prikkelen de receptorcellen in de smaakknoppen, waardoor een signaal via zenuwen naar de hersenen wordt gestuurd. Merk dus op dat stoffen waarvan we de smaak proeven vloeibaar of in vloeistof (bv. speeksel) oplosbaar moeten zijn!

Men kan vier aspecten onderscheiden die de waarnemingen van smaak eigenheid geven:
smaak aard, smaak intensiteit, smaak evolutie in de tijd, en smaak locatie in de mond.

Eerst een woordje over smaak aard. De smaak aard wordt omschreven met behulp van een beperkt aantal termen zoals zoet, zuur, bitter, zout... Er blijken inderdaad maar een beperkt aantal verschillende mechanismen te zijn waardoor smaak-receptorcellen worden geprikkeld.
Tot nu toe zijn er reeds vijf dergelijke mechanismen door wetenschappelijk onderzoek geïdentificeerd. En deze geïdentificeerde mechanismen kunnen worden verbonden aan de vier klassieke smaken: zoet, zuur, bitter, zout, en aan een vijfde smaak die umami wordt genoemd.

De klassieke smaken kennen we allemaal wel. Umami is eigenlijk ook niet nieuw, maar misschien minder bekend. De smaak umami werd reeds in 1907 door Kikunae Ikeda, professor aan de universiteit van Tokyo geïdentificeerd als een hartelijke smaak die kan geassocieerd worden met glutamaat, een aminozuur. Umami is zeer sterk aanwezig in de smaakversterker mononatriumglutamaat die veel wordt gebruikt in de oosterse keuken. Umami komt van nature ook voor in veel etenswaren die vrij glutamaat bevatten, zoals vlees, bouillon, erwten, belegen kaas en zeewier.

Men vermoed dat er nog meer mechanismen werkzaam zijn dan de vijf die tot nu toe werden ontdekt. Er wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar nieuwe mechanismen die zouden kunnen verbonden worden aan vetten, maar ook nieuwe mechanismen die zouden kunnen verbonden worden aan water. En zoethout blijkt ook smaaksensaties te geven die niet lijken te passen binnen het vijftal zoet, zuur, bitter, zout, en umami.

Voor we dieper ingaan op smaak aard, gaan we eerst eens wat nader in op smaak intensiteit.
Smaak intensiteit is de sterkte van de signalen die onze hersenen waarnemen als gevolg van de aanwezigheid van een bepaalde concentratie smaakstof in de mond.

Men heeft proefondervindelijk kunnen vaststellen dat de gevoeligheid voor het proeven van bitter veel hoger is dan voor het proeven van zout, welke op haar beurt veel groter is dan de gevoeligheid voor het proeven van zoet en zuur. Dit betekent dat een veel kleinere hoeveelheid bitter smakende stof nodig is dan zout smakende stof, en nog veel minder dan zoet en zuur smakende stof om een smaakimpressie van vergelijkbare intensiteit te verkrijgen.
Daar zit een zekere logica achter. Bitter is typisch een waarschuwing voor giftige of toxische stoffen, waarvan het lichaam liefst niet veel wil binnen krijgen. Zouten zijn noodzakelijk voor het functioneren van het lichaam, maar we hebben er ook niet veel van nodig. En de andere smaken zijn eigenlijk courant in alle voeding en dranken.

Men heeft ook kunnen vaststellen dat de smaakgevoeligheid sterk kan verschillen van persoon tot persoon. Ongeveer 25% van de mensen zijn non-proevers en hebben een lage smaakgevoeligheid. De meesten, ongeveer 50% van de mensen, hebben een gemiddelde smaakgevoeligheid en zijn proevers. Er is ook zo’n 25% superproevers met een uitgesproken smaakgevoeligheid. Superproevers proeven vooral bitter zeer sterk, en wel in die mate dat ze bittere stoffen nauwelijks verdragen. Vermelden we terzijde even dat  superproevers ook zeer gevoelig blijken  te zijn voor de branderigheid van alcohol of van pepers. Je zal ze dus niet snel aan een toog vinden, genietend van een fris pintje of van een single malt whisky. Ze houden typisch ook niet van bittere groenten zoals witlof, broccoli en spruitjes. En ze houden ook niet van pikant oosters eten. Ik ben dus eigenlijk wel blij dat ik geen super proever ben!

De smaakgevoeligheid blijkt ook sterk te variëren met de temperatuur. Bij temperaturen beneden de 6 à 8°C trekken de smaakpapillen zich sterk samen waardoor er geen smaken meer worden waargenomen. Tussen de 10°C en 37°C verandert de smaakgevoeligheid vrij sterk in functie van de temperatuur. De smaakgevoeligheid voor zoet is laag bij 10°C en neemt toe als de temperatuur toeneemt. De smaakgevoeligheid voor bitter en zout  is omgekeerd, dus hoog bij 10°C en ze neemt af als de temperatuur toeneemt. Enkel de smaakgevoeligheid voor zuur blijkt weinig te veranderen in functie van de temperatuur tussen 10°C en 37°C. Bedenk hierbij dat van zodra je een stof in de mond neemt deze begint op te warmen (of af te koelen) richting 37 °C.

De smaak aard en intensiteit zijn op een vrij complexe wijze met elkaar verbonden. Dit komt doordat de mate waarin de verschillende smaken (zoet, zuur, bitter, zout, umami...) worden waargenomen niet onafhankelijk van elkaar zijn.
Interacties kunnen op drie niveaus optreden. Vooreerst kunnen verschillende smaakstoffen in de mond chemisch reageren met een nieuwe smaakstof als resultaat. Men heeft ook kunnen vaststellen dat dicht bij elkaar gelegen receptorcellen in dezelfde smaakknop de werking van elkaars mechanismen kunnen beïnvloeden. En tot slot kan er ook interactie zijn tussen de verschillende signalen die naar de hersenen gaan. Dit laatste kon men vaststellen door de linker- en rechterhelft van de tong met verschillende smaakstoffen te stimuleren, waarbij er toch interactie optrad.

Combinatie van twee smaken kan afhankelijk van de betrokken smaakstoffen resulteren in smaakversterking (1+1>2), smaakadditie (1+1=2), of smaakverzwakking (1+1<2). En dit kan symmetrisch optreden (bv. beide smaken worden versterkt) of asymmetrisch (bv. één smaak wordt versterkt en de andere wordt verzwakt).
De optredende effecten kunnen daarbij verschillen afhankelijk van de concentraties van de smaakstoffen. Bij lage concentraties krijgt men meestal smaakversterking, en bij hoge concentraties krijgt men meestal smaakverzwakking. Meestal maar niet altijd! Bij gemiddelde concentraties komen alle drie de effecten voor afhankelijk van de betrokken smaakstoffen.

Er wordt veel onderzoek naar smaakinteracties gedaan binnen de voedingsindustrie, maar dit is een complex onderwerp en de huidige kennis ter zake is verre van volledig.
Het best gekend zijn de smaakinteracties met zoet. Indien men verschillende zoetstoffen mengt versterken deze elkaar.
Bij menging van zoet en bitter worden beiden in regel verzwakt. Een typische voorbeeld hiervan is het toevoegen van suiker aan koffie.
Bij menging van zoet en zuur wordt het zuur in regel verzwakt. Het zoet kan in dit geval bij lagere concentraties zowel worden versterkt als verzwakt afhankelijk van de smaakstoffen. Bij hogere concentraties wordt het zoet ook verzwakt. Een goed voorbeeld is het toevoegen van suiker aan yoghurt, of het toevoegen van suiker aan verse aardbeien. Alle frisdranken zijn ook typische voorbeelden. In cola zit bijvoorbeeld veel suiker en het redelijk sterke fosforzuur, naast natuurlijk ook het koolzuur. Ook de meeste droge witte wijnen zijn goede voorbeelden, waarbij het licht zoet van de alcohol tegenover de natuurlijke zuren in de wijn (bv. wijnsteenzuur) staat.

De menging van zoet en zout gedraagt zich op dezelfde wijze als die van zoet en zuur. Een gekend voorbeeld hierbij komt uit de banketbakkerij waar men kleine hoeveelheden zout toevoegt om zoet van de suiker die verwerkt is in het deeg te versterken.
Menging van zoet en umami is minder gebruikelijk, en daarbij kan zoet zowel versterkt als verzwakt worden afhankelijk van de gebruikte smaakstoffen.

Zout is de meest gebruikte smaakversterker in de westerse keuken. We weten reeds dat zout zoet versterkt bij lage concentraties, en dat het beide kanten uit kan gaan bij hogere concentraties. Zout en zuur versterken elkaar bij lage concentraties en bij hogere concentraties blijft het bij additie of verzwakking. Bitter wordt verzwakt door zout, maar omgekeerd heeft bitter geen impact op zout. Zout en umami versterken elkaar.

Bitter en zuur versterken elkaar bij lage concentraties. Bij hogere concentraties wordt zuur versterkt en bitter verzwakt, en bij zeer hoge concentraties wordt zout verzwakt terwijl het met bitter beide kanten uitkan, afhankelijk van de gebruikte smaakstoffen. Bitter wordt verzwakt door umami, en zuur meestal ook.

Indien in plaats van enkel twee, drie of meer smaken worden gecombineerd, zoals meestal het geval is in onze dagelijkse voeding, dan wordt de zaak al snel zeer complex. Een smaak die eerst verzwakt werd kan bijvoorbeeld plots door toevoeging van een andere smaakstof versterkt worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aantal mogelijke smaaksensaties dat we kunnen waarnemen, zelfs met een beperkt aantal waarnemingsmechanismen, quasi onbeperkt is. Een mooi voorbeeld van menging van drie smaken is rode wijn en ook sommige witte wijnen waarbij koude schilweking werd toegepast. Naast de zuurzoet balans komt er hier een bittere toets bij. Ook bij bieren bijvoorbeeld heeft men zoet, zuur en bitter met een meer nadrukkelijke rol voor deze laatste.

Nog een woordje over smaak evolutie in de tijd. Men kan meestal wel drie fazen onderscheiden: de eerste indruk, het volledige pallet in het midden en de nasmaak (na het doorslikken). Bij de eerste indruk hangt het er een beetje van af hoe snel de smaakstoffen bij de receptorcellen geraken. Indien ze nog moeten oplossen in het speeksel gaat daar wel enkele seconden over. De aanwezige concentraties en de aard van de smaakstof spelen daarbij ook een rol. De opwarming of afkoeling van smaakstoffen in de mond geeft ook aanleiding tot evolutie, zoals reeds eerder beschreven. De nasmaak lijkt vooral afhankelijk van de aard van de aanwezige smaakstoffen. Sommige stoffen geven bijvoorbeeld een korte nasmaak en bij andere stoffen blijft de nasmaak zeer lang hangen.
Zoals bij de meeste zintuigen is er bij smaak ook een gewenningseffect. Indien de hersenen een bepaalde smaak gedurende enkele seconden sterk waarnemen, dan begint de gevoeligheid voor deze smaak ook af te nemen. Deze gewenning is echter maar tijdelijk, en van zodra de smaakstof enkele minuten uit de mond is verdwenen komt de gevoeligheid snel terug.

En tot slot nog een woordje over smaak locatie in de mond.
Alle mechanismen voor smaakwaarneming zijn in elke smaakknop tegelijkertijd werkzaam. Het klassieke idee dat zoet, zuur, bitter, en zout enkel op verschillende plaatsen op de tong worden waargenomen door gespecialiseerde smaakknoppen klopt niet. In oudere publicaties komt men deze misvatting nog wel eens tegen, maar ze berust op een foute interpretatie van onderzoeksresultaten uit een thesis van D.P. Hanig geschreven in 1901. Deze foute interpretatie werd pas in 1974 rechtgezet in een wetenschappelijk artikel van Virginia Collins. Men kan zelf trouwens vrij eenvoudig verifiëren dat dit klassieke idee niet klopt door met een wattenstaafje vloeistof met een uitgesproken smaak (bv. suikerwater of azijn of zout water of tonic) selectief op verschillende plaatsen op de tong aan te brengen.

Dit neemt niet weg dat bepaalde smaken nadrukkelijker op bepaalde plaatsen in mond lijken te worden waargenomen. Een typisch voorbeeld is bitter dat inderdaad meestal sterker achteraan in de mond wordt waargenomen. De verklaring voor zulke patronen moet wellicht in de werking van de hersenen gezocht worden. Waarschijnlijk is dit ook de reden waarom afbeeldingen van de tong met smaaklocaties hardnekkig blijven voortbestaan in talrijke publicaties.

Smaak is misschien wel het belangrijkste aspect bij het proeven. Maar smaak moet steeds in combinatie met mondgevoel en aroma worden beoordeeld. Volgende maal komt aroma aan bod, en kijken we ook naar de combinatie van de drie aspecten.

[wordt vervolgd]